Wanneer “roerend” of “onroerend” voor de btw?

Fiscaal is de vraag of bepaalde zaken “roerend” of “onroerend” zijn regelmatig van belang:

  • De levering van onroerende zaken door een ondernemer is in beginsel vrijgesteld van btw;
  • De levering van roerende zaken door een ondernemer is juist belast met btw;
  • Een verkrijging van onroerende zaken is in beginsel belast met overdrachtsbelasting;
  • Overdrachtsbelasting is niet aan de orde voor de verkrijging van roerende zaken.

Op 9 november 2018 heeft het Hof Den Bosch zich (opnieuw) gebogen over de vraag wanneer er voor de btw is van een (on)roerende zaak. Bij “porto cabins”, verplaatsbare vakantiewoningen en ook bij woonboten komt de vraag of het object roerend of onroerend is regelmatig aan de orde. In de zaak waar het Hof op 9 november 2018 over oordeelde, ging het om de levering van een chalet in een recreatiepark.

Het chalet stond in deze situatie op wielen, maar was ook geplaatst op een fundering van houten balken waartegen grond was aangebracht. Het chalet was aangesloten op riolering, nutsvoorzieningen en de kabel. De eigenaar, die het chalet had verhuurd aan derden en daarom btw-ondernemer was, verkocht het chalet tezamen met de grond voor €55.000, waarvan €25.000 was toe te rekenen aan het chalet. De inspecteur legde een btw-aanslag op over de €25.000, omdat hij van mening was dat het chalet kwalificeerde als “roerend”. De verkoper heeft hier -met succes- een procedure tegen aangespannen.

Het Hof oordeelde, in lijn met de eerdere jurisprudentie, dat er sprake is van een onroerende zaak wanneer de constructie niet gemakkelijk te demonteren en te verplaatsen (en dus verwijderbaar) is. Gemakkelijk verwijderbaar betekent in dit kader: zonder inspanningen en zonder aanzienlijke kosten.

Bijzonder in de huidige uitspraak is, dat het Hof ook meeweegt dat het perceel met daarop het chalet inclusief het lopende verhuurcontract wordt verkocht. De feitelijke situatie overwegende, oordeelt het Hof dat het chalet uitsluitend en duurzaam was bestemd om als recreatiewoning op de specifieke plaats te worden gebruikt en dat het chalet volgens het Hof niet gemakkelijk worden verwijderd. Enerzijds omdat het lopende huurcontract moest worden gerespecteerd, anderzijds omdat door de aftimmering, het daartegen gestorte zand en de bestrating, risico van uiteenvallen van het chalet bij verplaatsing, de verwijdering van het chalet niet zonder inspanningen zou kunnen gebeuren.